U kunt de lettergrootte van websites als volgt wijzigen:
De eerste Probusclub is in 1965 opgericht in Engeland, in Welwyn Garden City. Initiatiefnemers waren enkele Rotarians die constateerden dat gepensioneerde forenzen, die geen lid waren van een serviceclub, dreigden te vereenzamen. Na een oproep werd 'The Campus Club' gevormd om samen te lunchen met aansluitend een voordracht van één van de leden.
Een jaar later wordt in Caterham (ook door de plaatselijke Rotary) een tweede club opgericht. Zij gebruiken als eerste de naam Probus als afkorting van Retired Professional and Businessmen (dat 'men' is uiteraard bedoeld als 'mensen'). De club van Welwyn Garden City nam de naam Probusclub over.
Het enthousiasme van de eerste Probusclubs trok de aandacht van veel Rotaryclubs en dit leidde in heel Engeland tot initiatieven om Probusclubs te begeleiden.
Tijdens een ontmoeting in 1976 van de heer Herwig, van een Delftse Rotaryclub, met de Engelse Rotaryclub van Chistlehurst, kwam een eerder in Delft gehouden symposium over vereenzaming ter sprake. De Engelse manier om eenzaamheid te voorkomen sprak de heer Herwig aan. Het idee ontstond om naar Engels voorbeeld een Nederlandse Probusclub op te richten en er volgde een oproep in het Rotarymaandblad om dit actief te stimuleren. Drie Rotarians van Delft-Vrijhof, de heren H.W. Herwig, Y. Roosjes en H. Vos, zetten zich hiervoor in. De leden die werden benaderd voor de lunchclub in oprichting, waren 55 jaar of ouder en (nagenoeg) postactief. Voorwaarde was dat ze wilden samenkomen op een vaste plaats en op een vast tijdstip. Op 3 november 1977 was Probusclub Delft, met 25 leden, een feit.
Dit initiatief leidde in 1978 al tot 10 clubs en in 1987 tot 100 Nederlandse clubs. In 1991 werd de 200 bereikt. Nu zijn er verspreid over het land bijna 400 Probusclubs met ruim 11.500 leden. Hoewel de meeste clubs in het begin werden opgericht als herenclub, verscheen in 1978 de eerste gemengde club (Woerden). Momenteel zijn er - naast de herenclubs- 72 gemengde clubs en twaalf damesclubs.
De populariteit van Probusclubs in Nederland steeg snel en al gauw werd besloten tot enige vorm van coördinatie op landelijk niveau. Autonomie van de individuele Probusclubs bleef uitgangspunt. Wel was er behoefte aan informatie. Dit leidde tot de vorming van een zogenaamde Probusbrievenbus. Eerst verzorgde Probusclub Delft deze brievenbusfunctie. Na drie jaar nam Aalsmeer/Uithoorn dit over. Vanaf 1986 deed Probusclub Ede dit.
De vraag rees of de gekozen vorm nog wel voldeed. Alle Probusclubs werden door het bestuur, onder voorzitterschap van Prof. Dr. K. Rijsdorp, uitgenodigd om dit in Amersfoort te bespreken op 16 december 1986. Op deze eerste landelijke bijeenkomst werd voor alle Probusclubs één landelijke doelstelling geformuleerd en deze werd, ter bevordering van de herkenbaarheid, ook in de Huishoudelijk Reglementen van de aangesloten Probusclubs opgenomen. Ook ontstond het idee om een 'Certificaat van Erkenning' uit te reiken aan bestaande en toekomstige clubs, mits deze clubs de doelstelling onderschreven. Initiatieven voor nieuwe, autonome, clubs moesten gestimuleerd worden. Er werden afspraken gemaakt over samenstelling, taak en werkwijze van de Probusbrievenbus, die inmiddels Info-Centrum werd genoemd.
Op de tweede landelijke dag in 1989 werd besloten over te gaan tot de vorming van de 'Stichting Probus Nederland Informatie Centrum', kortweg Probus Nederland.
In 1990 werd de stichting bij de Gelderse Kamer van Koophandel ingeschreven onder nummer 41051052.
Samen met Probus België zijn naam en beeldmerk in de Benelux geregistreerd en daarmee beschermd.